Schrijvers archief Adverschuren23

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Bericht gezamenlijke vakbonden.

De gezamenlijke vakbonden, die voor u de CAO onderhandelingen voeren, willen u doormiddel van dit schrijven u op de hoogte brengen van de laatste stand van zaken.

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Nieuwsbrief 1-12-2020

Lees hieronder de laatste nieuwsbrief.

Voorwoord voorzitter VOR. Als ik dit voorwoord schrijf zitten we midden in een Corona-crisis. Vanuit de VOR volgen wij de ontwikkelingen op de voet, met name wat dit betekent voor de collega’s en organisatie.

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Hoger beroep Tatoeagebeleid RET

Beste Leden VOR 30 september 2020

Hoger beroep inzake tatoeagebeleid.

Het bestuur van de VOR heeft het vonnis aangaande het tatoeagebeleid inmiddels grondig bestudeerd. Samen met de advocaten van de VOR is de conclusie getrokken dat niet alleen de uitkomst zeer teleurstellend is, maar ook de door de kantonrechter daaraan ten grondslag gelegde motivatie. De VOR kan zich als gevolg hiervan niet bij het vonnis van de kantonrechter neerleggen. Om die reden heeft het bestuur van de VOR besloten om BASE Advocaten de opdracht te geven hoger beroep in te stellen tegen het vonnis bij het Gerechtshof te Den Haag. Het zal een kwestie van lange adem zijn, maar de VOR is hiertoe bereid.

Met vriendelijke groeten,

Het bestuur VOR

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Uitspraak rechtszaak betreffende tatoeage beleid RET

Op 18 september heeft de kantonrechter uitspraak gedaan betreffende de zaak welke de VOR had aangespannen tegen de RET betreffende het tatoeage beleid RET.

Helaas is er voor ons een teleurstellende uitslag gekomen en is de RET in het gelijk gesteld door de kantonrechter.

Lees hier onder het volledige vonnis

Vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM In naam van de Koning

zaaknummer: 8202071 CV EXPL 19-51998 uitspraak: 18 september 2020 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam in de zaak van de vereniging Vakorganisatie Onafhankelijk RET-Personeel, gevestigd te Capelle aan den IJssel, eiseres, gemachtigden: mr. J-W. van Geen en mr. M.L. Kruit te Rotterdam, tegen de naamloze vennootschap Rotterdamse Electrische Tram N.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde, gemachtigde: mr. A.M. Smits te Rotterdam.

Partijen worden hierna ‘VOR’ en ‘RET’ genoemd.

  1. De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van: 

          de dagvaarding met producties van 27 november 2019; 

           de conclusie van antwoord met producties van 4 februari 2020;  de conclusie van repliek met producties van 28 april 2020; 

de conclusie van dupliek met producties van 26 mei 2020; 

           de akte met producties van VOR van 23 juni 2020;

       de akte met één productie van RET van 21 juli 2020.

  • 2. De feiten

Er wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1 RET hanteert voor haar werknemers die tevens buitengewoon opsporingsambtenaar zijn een tatoeagebeleid. Dit belèid houdt in dat het deze werknemers verboden is hun tatoeages zichtbaar te hebben tijdens de uitvoering van hun dienst in uniform.

2.2 De directeur exploitatie van RET schrijft in een brief in mei 2018:

Beste RET-er, die tevens Buitengewoon Opsporingsambtenaar OV (BOA-OV) is:

Een BOA-OV is in bezoldigde dienst van een openbaarvervoersbedrijf en is belast met de opsporing van strafbare feiten binnen het domein openbaar vervoer. Zoals je weet heb je een titel van opsporingsbevoegdheid ex artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering voor het domein Openbaar Vervoer (IV). Dit maakt datje een functionaris bent die uit hoofde van zijn/haar taak, in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag, in overeenstemming met de geldende rechtsregels en met behulp van de hem daartoe beschikbaar gestelde bevoegdheden en middelen, zorgdraagt voor de opsporing van strafbare feiten alsmede de voorbereiding

 van de eventuele vervolging van deze feiten. Je hebt ook een toekenning van geweldsmiddelen gekregen omdat aangetoond is dat dit wenselijk is voor de uitoefening van je functie en de redelijke verwachting datje bij de uitoefening van je functie met geweld of dreiging met geweld geconfronteerd kan worden.

De RET heeft als doel het realiseren van een perfect georganiseerd en uitgevoerd vervoer in de ervaring van de reiziger. Een optimale reizigersbeleving omvat ook de zichtbare aanwezigheid van BOA-OV. De veiligheid in en rondom het openbaar is van essentieel belang voor de (beleving van) de reiziger. Als RET investeren we in een goed en doelmatig veiligheidsbeleid dat (in ieder geval bij reizigers) moet leiden tot verhoging van het gevoel van sociale veiligheid in stations/haltes en de voertuigen en tot een vermindering van het aantal (gewelds)incidenten binnen het OV.

Jij voertje functie hoofdzakelijk buiten, in het Openbaar Vervoersgebied Van de RET, uit en je hebt dienst ‘in uniform’ of ‘in burger’. Je hebt dagelijks face-to-face reizigerscontact. Het leveren van reizigersservice, het toezichthouden en het (actief) handhaven van de veiligheid in- en rondom het openbaar vervoergebied zijn jouw voornaamste taken. Hierbij controleer je op ongewone activiteiten en verbaliseer je overtreders van wetten en regels conform het domein openbaar vervoer.

Op uitdrukkelijk verzoek van enkele collega’s heb ik op papier gezet wat de (bestaande) afspraak is met betrekking tot het zichtbaar dragen van lichaamsversieringen zoals tatoeages en piercings tijdens de uitoefening van de functie van BOA-OV.

RET is van mening dat een BOA-OV zich tiidens de dienstuitvoering in uniform dient te onthouden van uitingen en/of versieringen die afbreuk (kunnen) doen aan het gezag dat zij uit (dienen te) stralen. Een BOA-OV dient in het belang van het gezag dat hij vertegenwoordigt, zijn eigen veiligheid en neutraliteit bij het uitoefenen van zijn functie in acht te nemen en in het contact met de reiziger een gezaguitstralende, neutrale en veilige houding aan te nemen. Het is ieders eigen verantwoordelijkheid om te zorgen dat bij het  uitvoeren van de dienst in uniform kenmerken zoals tatoeageS en andere lichaamsversieringen niet zichtbaar zijn voor de reizigers/klanten van de RET. Als je dienst hebt in burgerkleding (BK) is het (zichtbaar) tonen van tatoeages wel toegestaan; het is dan immers de bedoeling om zo onopvallend mogelijk op te gaan in de reizende massa.

We gaan ervan uit dat je je bewust bent van de bijzondere positie die je inneemt, je bent immers 24 uur per dag BOA-OV, en je hebt een eigen verantwoordelijkheid in dezen. Mocht je toch nog vragen en/of opmerkingen hebben, neem hierover dan even contact op met je direct leidinggevende.

  • Het geschil

3.1 VOR vordelt:

I voor recht te verklaren dat het door RET gehanteerde tatoeagebeleid niet kan worden uitgevoerd wegens overschrijding van het instructierecht en/of strijd met het goed werkgeverschap en/of inbreuk op (fundamentele) grondrechten;

II nietigverklaring dan wel vernietiging van het door RET gehanteerde tatoeagebeleid wegens strijd met de goede zeden, openbare orde en/of dwingende wetsbepalingen;

III     RET te gebieden alle aan overtreding van het door haar gehanteerde tatoeagebeleid verbonden arbeidsrechtelijke maatregelen en/of sancties ongedaan te maken, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag dat RET hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00;

IV RET te verbieden arbeidsrechtelijke maatregelen en/of sancties te verbinden aan het niet naleven van het door haar gehanteerde tatoeagebeleid, op straffe van een boete  van € 5.000,00 per overtreding.

3.2 RET voert verweer tegen de vorderingen.

3.3 Voor zover voor de beoordeling van belang, wordt hierna ingegaan op de stellingen waarmee VOR en RET de vordering en het verweer daartegen (verder) onderbouwen.

4. De beoordeling 

4.1 RET voert aan dat VOR niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar vordering, met als voornaamste reden dat VOR onvoldoende geprobeerd heeft het gevorderde door het voeren van overleg met RET te bereiken (artikel 3:305a lid 3 aanhef en onder c BW). De kantonrechter is echter van mening dat ook al zou dit zo Zijn en ook al had VOR meer   overleg moeten plegen, dit gelet op de tegengestelde standpunten van partijen waarschijnlijk niet tot resultaat had geleid. Het is immers een kwestie van ja (het tatoeagebeleid blijft) of nee (dat beleid gaat van tafel). Een middenweg, door overleg te bereiken, lijkt er niet te zijn.

4.2 Voor zover RET nog andere redenen aanvoert om VOR niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, ziet de kantonrechter geen reden daarop in te gaan. Het gaat partijen er in deze zaak immers beide om duidelijkheid te krijgen over het tatoeagebeleid dat RET voert. Niet valt in te zien welk belang RET er bij heeft een oordeel over die vraag te laten stranden bij niet-ontvankelijkheid van VOR. Of dat belang moet zijn dat het beleid dan in het geheel niet wordt getoetst, maar omdat RET, zoals hierna blijkt, in het gelijk wordt gesteld, kan ook dat geen doorslaggevend belang (meer) zijn.

4.3 RET schrijft de BOA-OV’er, of COV’er (Controleur Openbaar Vervoer), kort gezegd voor zijn tatoeages tijdens de uitoefening van Zijn werk in uniform te bedekken. RET heeft in principe het recht dit te bepalen (artikel 7:660 BW). Zij is immers de werkgever en zij bepaalt hoe zij, via haar medewerkers, naar buiten wil treden, hoe terecht of onterecht de medewerker of ieder ander die regel ook vindt. RET hoeft dan ook, om het voorbeeld dat VOR noemt onder nummer 13. van haar conclusie van repliek te gebruiken, bijvOorbeeld niet aan te tonen dat reizigers tatoeages onwenselijk vinden.

4.4 Aan het recht van RET regels aan in dit geval tatoeages (of aan lichaamsversieringen in het algemeen) te stellen zitten echter wel grenzen, bijvoorbeeld, zoals VOR ook stelt, als het voorschrift in strijd is met goed werkgeverschap, de redelijkheid en de billijkheid en/of de fundamentele grondrechten van de werknemer. Of het tatoeagebeleid van RET deze grenzen overschrijdt, moet beoordeeld worden aan de hand van alle omstandigheden van het geval.

4.5 De kantonrechter is van oordeel dat het tatoeagebeleid van RET de onder 4.4 genoemde grenzen niet overschrijdt. RET legt uit dat de COV’er een bijzondere positie heeft doordat hij beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen. Dit vereist, zoals RET terecht opmerkt, een neutrale en professionele uitstraling. De reiziger hoeft slechts de COV’er te zien, een medewerker van in dit geval RET met bepaalde bevoegdheden voor het geval het mis gaat, iemand met autoriteit waartoe de reiziger zich zonder reserves kan wenden. De ‘mens achter de COV’er’, om hem zo maar te noemen, is in de relatie COV’er-reiziger niet van (doorslaggevend) belang en hoeft door de reiziger dus niet gezien te worden. Omdat een tatoeage de persoon van de COV’ei laat zien, een gekozen tatoeage is immers gebaseerd op persoonlijke voorkeuren, waarden of achtergronden van de COV’er, is het niet onredelijk dat RET, met als doel, zoals gezegd: het laten zien van de COV’er, de medewerker vraagt zijn tatoeage bij zijn dienst in uniform te bedekken. In de praktijk zal dit over het algemeen slechts neerkomen op een lange mouw, een extra knoopje dicht of een pleister. Het tast de vrijheid van een medewerker een tatoeage te zetten en in zijn privétijd te tonen dan ook niet wezenlijk aan. Onder nummer 11. van haar akte van 23 juni 2020 haalt VOR in dit verband een COV’er aan die verdrietig is om het beleid omdat hij dan niet zichzelf kan zijn. Dat is nu echter juist de bedoeling: de COV’er moet zich als zodanig laten zien, niet als zichzelf.

  • 4.6 Gelet op de onder 4.5 genoemde bijzondere taak van de COV’er, is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van willekeur als RET het beleid niet hanteert voor al haar werknemers. Met het verwijt van VOR dat RET haar beleid niet consequent handhaaft kan de kantonrechter in het kader van de beoordeling van deze zaak niets, al is het maar omdat       een gedegen en uitgebreid overzicht over wanneer wel en wanneer niet werd gehandhaafd ontbreekt, nog los van het feit dat RET deze stelling van VOR betwist.
  • 4.7 De conclusie van het voorgaande is dat RET mag verlangen dat COV’ers hun tatoeages bedekken. Voor toewijzing van de vorderingen van VOR bestaat dan ook geen aanleiding.

4.8 VOR is de in het ongelijk gestelde partij. Zij wordt daarom veroordeeld in de kosten van de procedure. Aan salaris voor de gemachtigde van RET worden hele punten toegekend voor de conclusie van antwoord en de conclusie van dupliek en een half punt voor de akte van 21 juli 2020. Het gaat om een vordering van onbepaalde waarde. De kantonrechter bepaalt de waarde van één punt aan gemachtigdensalaris daarom zelf en wel op € 360,00.

  • 4.9 Dit vonnis wordt zoals RET vordert wat de proceskostenveroordeling betreft ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat als in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis, VOR de proceskosten wel alvast aan RET moet betalen.

  • De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen van VOR af; 

veroordeelt VOR in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van RET vastgesteld op € 900,00 aan salaris voor de gemachtigde en voor het geval VOR niet binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis vrijwillig aan deze veroordeling voldoet, begroot op € 120,00 aan nasalaris, te. vermeerderen met betekeningskosten als betekening van dit vonnis plaatsvindt, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente op grond van artikel 6: 119 BW vanaf veertien dagen naAlet wijzen van dit vonnis tot aan de dag van de algehele betaling; verklaart dit vonnis wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 686

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Column van de maand

Column van de maand

Leden van de VOR,

Ik wil hier graag mijn gedachtegang over een aantal zaken met jullie delen, ik vraag geen bevestiging of steun in mijn verhaal, maar wil dit gewoon kwijt over wat geen ik heb ervaren de afgelopen maanden.

Ooit schreef ik in een verkiezingsprogramma dat lid zijn van de VOR niet iets vrijblijvends was, wij als leden van de VOR moeten het gezamenlijk doen en jullie inbreng is voor ons (inspraak) van groot belang.

Dit betekent niet dat alles wat we willen bereiken ook daadwerkelijk bereikt wordt laat dat duidelijk zijn.

Wat mij tijdens deze huidige bijzondere tijden opviel is dat een aantal collega’s van diversen afdelingen wel of geen leden, erg makkelijk meegingen in de verdeel en heers tactiek die al vele jaren in deze organisatie heerst.

Collega’s van een afdeling exploitatie die van alles vinden van het uitvoeren van de werkzaamheden van collega’s van een andere afdeling binnen exploitatie en dit op het door de organisatie hiervoor ingestelde medium (OnzeRet) publiceren.

Het staat natuurlijk eenieder vrij iets te vinden, maar de eenheid binnen exploitatie is volgens mij van groot belang en die komt, nogmaals volgens mij, hierdoor steeds meer onder druk te staan.

In discussie gaan onderling, prima, maar niet op dit medium van de organisatie.

De leden van de VOR komen voor een groot gedeelte uit exploitatie, voor mij geldt hier nog steeds eenheid maakt macht, en dit moeten wij naar mij mening altijd uitstralen. Zeker in deze tijd en de tijd die er nog aankomt.

Wat en welke gevolgen de Coronacrisis voor ons zal gaan hebben is nog niet duidelijk. Maar dat het impact heeft en verder nog meer gaat hebben, waarin we een bepaalde strijd samen zullen moeten gaan voeren zowel met als tegen de organisatie, is mij wel duidelijk.

Dat is voor ons geen probleem we zijn een Rotterdamse bond van een Rotterdams bedrijf, dus sterker door strijd staat in ons DNA gegrift.

Maar wel schouder aan schouder met alle leden zeker bij exploitatie.

Wilde dit even kwijt het is mijn persoonlijke mening.

VOR lid, René Sandifort 

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Uitspraak betreffende kortgeding “tekort aan roostervrijedagen in roosters van veteranen” bij de RET-NV

Rotterdam, 24 juli 2020

Beste leden van de VOR,

De VOR heeft n.a.v. intern geschil inzake “te kort” aan roostervrije dagen in de roosters van de veteranen werkzaam bij de RET N.V. een rechtszaak gevoerd tegen de RET N.V. 

Wij konden dit mede onderbouwen middels roosters van een collega (lid). Deze roosters hebben wij ook als leidraad meegenomen in deze zaak.

De afgelopen maanden hebben wij diverse malen geprobeerd om de organisatie duidelijk te maken dat de berekening die gehanteerd werd volgens de VOR niet klopte. De RET bleef van mening verschillen. Hierop hebben wij dit dossier opgeschaald naar juristen waarmee de VOR samenwerken. De VOR heeft het dossier samen met de jurist goed voorbereid en toen voorgelegd bij de rechtbank. 

Begin juli heeft de kantonrechter uitspraak gedaan:

In het kort 

  • Verklaart dat RET artikel 1.9 van de WRR niet correct is nagekomen.
  • Verklaart dat client een aantal roostervrije dagen mist, en deze moeten alsnog worden toegekend.
  • Verklaart dat de gemiste roostervrije dagen, niet mogen worden verrekend met te weinig gemaakte uren in de hiervoor genoemde jaren.

  Conclusie: De kantonrechter heeft ons volledig in het gelijk gesteld.

Op 1 september is er na aanleiding van deze uitspraak een overleg tussen afvaardiging VOR en 

 RET N.V. De VOR gaat ervan uit dat de organisatie hier zal aangeven hoe dit zal worden opgelost.

Binnen de RET N.V. zal deze uitspraak gevolgen geven uiteraard houden wij onze leden hiervan op de hoogte.

Het bestuur VOR

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Aangescherpt Cabinebeleid RET

LET OP: Het aangescherpte cabinebeleid resulteert in groot aantal schorsing de laatset dagen. Hou je aan het nieuwe beleid om erger te voorkomen. Bestuur VOR

Datum: 28 januari 2020

Ons kenmerk: P&O/20/cabinebeleid

Onderwerp: Veiligheid, klantvriendelijkheid, klantgerichtheid en cabinebeleid

Beste collega,

Samen staan wij voor een veilige en comfortabele reis, terwijl het steeds drukker wordt in het verkeer. Al geruime tijd bestaan er afspraken en regels om alles goed en veilig te laten verlopen. Deze regels zijn o.a. vastgelegd in wetten, reglementen en beleid. De meeste collega’s zijn goede professionale beroepsbestuurders die de regels kennen en zich ook altijd aan de afspraken houden. Helaas blijkt – af en toe – dat (nog) niet alle bestuurders van voertuigen zich aan de geldende regels en afspraken houden en/of deze op een andere manier interpreteren/uitleggen.

Zoals iedereen wellicht weet heeft de overheid besloten Het Reglement Verkeersregels en

Verkeerstekens (RVV) 1990 aan te passen zodat voortaan voor iedereen die een voertuig bestuurt, het verboden is om tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vast te houden. De aanpassing is met ingang van 1 juli 2019 in werking getreden en artikel 61a RVV luidt nu:

Het is degene die een voertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vast te houden. Onder een mobiel elektronisch apparaat wordt in elk geval verstaan een mobiele telefoon, een tabletcomputer of een mediaspeler

Het verbod omvat sindsdien ook fietsers en trambestuurders en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. Onder andere de MONO-campagne en diverse rij-veilig-apps zijn voorbeelden van (landelijke) acties om ervoor te zorgen dat een deelnemer aan het verkeer geen afleiding ervaart van een mobiel elektronisch apparaat.

Het veilig vervoeren van reizigers c.q. besturen van een bus, tram en/of metro vereist een hoge mate van concentratie. Door (al dan niet handsfree) te bellen of op een andere wijze gebruik te maken van een mobiel elektronisch apparaat neemt de concentratie af. Dit kunnen én willen wij ons – als professionele aanbieder van openbaar vervoer – niet permitteren in verband met de veiligheid van onze klanten, collega’s en medeweggebruikers. Daarnaast leidt een (afgeleide) bestuurder, die met andere zaken bezig is dan het besturen van zijn/haar voertuig, tot irritaties bij passagiers en medeweggebruikers.

Binnen de RET is de norm al geruime tijd dat als je een voertuig bestuurt, je geen mobiel elektronisch apparaat gebruikt of in je hand houdt. Dit leidt nog wel eens tot discussie (s) en recent nog tot een procedure bij de rechtbank. Om ieder misverstand te voorkomen is besloten om het beleid (nog) strikter te hanteren. Het cabinebeleid wordt vanaf 1 februari 2020 dan ook strakker neergezet; er geldt nu een zogenaamd nultolerantiebeleid (zerotolerance) wat inhoudt dat zelfs het kleinste vergrijp (hard) bestraft wordt. RET vraagt dan ook uitdrukkelijk uw aandacht voor de aangescherpte afspraken en regels op dit gebied en benadrukt het belang van een strikte naleving. De instructies/afspraken zijn als volgt:

Mobiele elektronische apparaat

  • Het is ten strengste verboden om tijdens het rijden met een RET-voertuig een mobiel elektronisch apparaat (o.a. mobiele telefoon, tablet, of ander digitaal communicatiemiddel al dan niet met behulp van oortjes) te gebruiken of in het gezichtsveld te hebben. Als het voertuig in beweging is mag een mobiel elektronisch apparaat op geen enkele manier gebruikt worden. Er mag dus niet mee worden gebeld, ge-sms’t, geappt en/of gebruikt worden voor muziek enz. Dit betekent dus dat een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden niet in je hand(en) is of op andere wijze gebruikt wordt!
  • Voor alle bestuurders geldt dat ieder mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden opgeborgen dient te zijn en dus niet in het gezichtsveld mag liggen.
  • Als een bestuurder de dienst wil bekijken op een mobiel elektronisch apparaat mag dit dus niet tijdens het rijden. Met rijden wordt bedoeld dat het voertuig in beweging is. Gebruik van een (elektronisch) apparaat om de dienst op af te lezen is enkel en alleen toegestaan als het voertuig volledig stil staat/ niet in beweging is.
  • Zoals al eerder is aangegeven is sinds juli 2019 het aangescherpte Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 van kracht en dus geldt een algeheel gebruiksverbod van mobiel elektronisch apparaten tijdens het rijden. Als bestuurder van een voertuig ben je vanaf deze datum, als je tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat gebruikt, dus ook strafrechtelijk in de fout en riskeer je naast arbeidsrechtelijke sancties ook een forse boete. Deze boete komt uiteraard voor eigen rekening!

Cabine

  1. Als er wordt gereden met een voertuig waarvan de bestuurderscabine kan worden afgesloten, dan dient de toegangsdeur tot de cabine gesloten te zijn tijdens de uitvoering van een dienstrit.
  2. Voor tram- en metrobestuurders is niet toegestaan om iemand mee te laten rijden in de bestuurderscabine. Dergelijk handelen kan namelijk de veiligheid van passagiers, werknemers en medeweggebruikers in gevaar brengen omdat het afleidt van het besturen van het voertuig. Als RET streven wij ernaar dat ons personeel niet c.q. zo min mogelijk wordt afgeleid tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
  3. Voor buschauffeurs geldt dat niemand ‘voor de streep’ mag staan. Ook wanneer iemand zich in de nabije omgeving van een rijdende bestuurder begeeft, is de betreffende bestuurder snel(ler) afgeleid en minder geconcentreerd en dat is niet wenselijk.

Uitzondering op deze regel vormt begeleiding van een bestuurder door een instructeur en/of mentor/leermeester in het kader van opleiding en/of her-instructie. De begeleider (dit kan ook een leidinggevende zijn) dient dan geüniformeerd te zijn of het voor dit doel bestemde hesje zichtbaar te dragen. Bij de metro en tram dient de begeleider bovendien in het bezit te zijn van een geldige cabinekaart.

Roken

• Een RET-werknemer mag niet roken op de werkplek en dus ook niet in RET-voertuigen. Naast dat dit vanuit maatschappelijk oogpunt ongewenst is, bij wet verboden en ook nog schadelijk is voor de gezondheid, past dit niet in het beeld van de klantvriendelijkheid, klantgerichtheid en veiligheid dat wij als RET willen uitdragen.

Naleving

De RET ziet (pro)actief toe op naleving van de hierboven omschreven regels. Wanneer overtreding van een van bovenstaande afspraken/regels wordt geconstateerd en vastligt, zal de RET direct formele stappen ondernemen. Overtreding zal derhalve verstrekkende gevolgen hebben en  afhankelijk van de omstandigheden van het geval – leiden tot beëindiging van het dienstverband, al dan niet met onmiddellijke ingang.

RET meent dat zij enkel op deze manier kan zorgen dat onze hoge kwaliteit en waardering op het gebied van veiligheid, klantvriendelijkheid, klantgerichtheid op het gewenste niveau blijft en een gezonde en prettige werkomgeving bij de RET gehandhaafd kan worden.

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van dit schrijven, dan kunt u deze uiteraard aan uw leidinggevende voorleggen. lk wens u nog vele veilige en plezierige kilometers toe en vertrouw hierbij op w eigen veilige bijdrage!

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Laatste stand van zaken 4 augustus 2020 VOR /OR

Rotterdam, 4 augustus 2020

Beste kader/fractieleden en leden van de VOR,

Er is de afgelopen weken vanuit de VOR gekozen om niet met nieuwsbrieven te komen. Aangezien elk bericht welke vermeld zou worden door de hectiek weer snel achterhaald zou kunnen zijn. 

De VOR wil jullie toch graag op de hoogte houden van een aantal zaken die op dit moment spelen binnen OR en VOR:

  • De RET heeft de bonus nul verzuim regeling met ingang van 1 augustus 2020 afgeschaft. Uiteraard is er door de OR tegen geprotesteerd en heeft zelf haar advocaat er naar laten kijken maar het was ook juridisch gezien niet tegen te houden helaas.
  • De RET had eenzijdig de Cao-onderhandelingen verplaatst naar 2021.

De VOR (andere bonden) hebben hier fel op geageerd. Er komt nu alsnog een 1e overleg. Op 5 augustus 2020.

  • De RET had het voornemen om op korte termijn de weekendmetro weer te laten rijden.

De OR heeft zich hierover negatief uitgesproken bij directie. 

  • Het is voorlopig uitgesteld tot september 2020
  • De OR brengt constant onder de aandacht bij de directie betreffende de “kortzichtigheid” van afdeling DRP wat wij met name terugzien in de diensten (slip- gebroken diensten) ondanks Corona perikelen.

Blijft aandachtspunt OR in overleg met directie dat;

  • De RET nog steeds geen enkele toezegging gedaan heeft aan de OR n.a.v. laatste enquête gehouden onder het personeel inzake knelpunten diensten en roosters Exploitatie.
  • De directie ondanks dat de VOR in het gelijk is gesteld door de “ínterne” bezwarencommissie steeds vaker de laatste maanden nul op rekest krijgt van directie. En daarmee de geloofwaardigheid van de bezwarencommissie onder druk zet.

De OR verwacht hier actie in en heeft dit ook aangegeven bij directie

De VOR bekijkt voor vervolgactie per dossier wel/niet rechtsgang.

  • De VOR heeft op dit moment nog 2 rechtszaken lopen tegen de RET.
  • Tatoeagebeleid. (21 augustus 2020)
  • Feestdagcompensatie.
  • Roostervrije dagen Exploitatie veteranen. Inmiddels uitspraak over geweest en gewonnen door de VOR zie berichtgeving elders en in uw mailbox.

Dit is een klein aantal zaken die op dit moment lopen binnen OR en VOR.

De VOR en OR zal zich altijd blijven inzetten voor de collega’s al is dit niet altijd inzichtelijk, maar daar kunt u vanuit gaan. 

Zijn er vragen voor de VOR en/of OR dan kunt u die altijd stellen via www.vor-rotterdam.nl en/of facebook VOR Rotterdam. 

Of bij de werkgroepleden Rene Lucas (Rail Metro Tram) Martin Boersma (Bus) Willen Proper (Veiligheid)

Ook kunt u in deze tijden als VOR-lid indien nodig nog steeds op ondersteuning vanuit de Individuele Belangenbehartiging rekenen.  Aanmelden via( Tel 06-51262015  Willem Proper (Met vakantie van 5 augustus t/m 31 augustus). Waarnemer Henk Lansink 06-27319104

Het bestuur VOR

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Voortgang rechtszaken Tatoeage beleid RET en andere lopende zaken

Onderwerp: Stand van zaken Tattoo beleid en andere lopende recht zaken.

30 juli 2020.

De uitspraak inzake het Tatoeage beleid is vastgesteld op 21 augustus 2020. Wij houden u op de hoogte!!

26 juni 2020,

Zoals het er nu naar uitziet komt er in de zaak “Tatoeage beleid RET” vrijdag 24 juli 2020 een uitspraak. Dit uiteraard onder voorbehoud dat de kantonrechter meegaat in deze datum, hij kan het namelijk nog uitstellen. Wij houden u op de hoogte.
Helaas weer uitgesteld!!

Beste Collega, 18 april 2020

Door het welbekende Coronavirus heeft de zaak Tattoobeleid een ander loop gekregen dan gebruikelijk:

Voor wat betreft het traject geldt het volgende: Vanwege de corona-problematiek gaat de geplande mondelinge behandeling van maandag 20 april 2020 niet door. Omdat het op korte termijn niet mogelijk is wel een mondelinge behandeling plaats te laten vinden, is door de rechtbank besloten om een nadere schriftelijke ronde toe te staan. Dit betekent dat de VOR uiterlijk maandag 27 april 2020 een schriftelijke conclusie van repliek kan indienen. Dit zal de VOR ook gaan doen. Hierna zal de RET in de gelegenheid worden gesteld hierop schriftelijk te reageren. De termijn daarvoor zal de kantonrechter nog bepalen. Na deze tweede schriftelijke ronde zal de kantonrechter in principe uitspraak doen, tenzij blijkt dat een mondelinge behandeling van de zaak toch noodzakelijk is.

We houden jullie op de hoogte

Met vriendelijke groeten

Henk Lansink

Secretaris Ondernemingsraad

Telefoon: 0627319104

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Regeling intrekking toegekend verlof. (ivm corona crisis)

Intrekken toegekend verlof

Tijdens deze coronacrisis willen sommige collega’s hun toegekende verlof intrekken. Met de vakbonden, OR en directie is overleg geweest hoe we hiermee omgaan de komende tijd. Vandaag is hierover een besluit genomen.

Voor toegekend verlof dat is ingepland tussen 3 april en 1 oktober 2020 geldt het volgende:

  • Toegekend verlof wordt in principe geheel opgenomen. Als je daar bezwaar tegen hebt dan geldt: je moet twee weken (naar rato) verlof verplicht nemen en de rest mag je teruggeven.
  • Heb je meer dan twee weken opgenomen? Dan mag je de verlofuren boven twee weken intrekken.
  • Het geldt niet alleen voor aansluitende periodes maar ook voor vakantiedagen of kortere perioden.
  • We kunnen geen garantie geven dat de teruggeboekte vakantie uren later in het jaar of in de eerste helft van 2021 op de gewenste datum kunnen worden opgenomen. Uiteraard proberen we dat wel zoveel mogelijk.
  • Dit geldt voor alle medewerkers, van alle afdelingen.

Voor sommige collega’s zal dit geen probleem zijn, maar we begrijpen dat het voor andere collega’s wel vervelende situaties kan opleveren. Als je al lang hebt uitgekeken naar je vakantie die nu helaas niet door kan gaan wil je dit graag op een ander moment inhalen. Normaal gesproken zouden we hier natuurlijk graag aan tegemoet willen komen. Maar we zitten nu in zo’n uitzonderlijke situatie dat dit niet altijd mogelijk is.

Verlof zoveel mogelijk spreiden

Op veel afdelingen is het verlof al voor een groot deel van het jaar ingepland en is er weinig ruimte om hier grote wijzigingen in aan te brengen. Als iedereen nu zijn verlof intrekt en dit de tweede helft van het jaar, of volgend jaar, op wil nemen kunnen we ons werk niet meer goed uitvoeren.

Heb jij daarom langer dan twee weken verlof dat al toegekend is? Dan stellen we het op prijs als je al je alle toegekende verlofdagen opneemt.

Heb jij nog geen vakantie aangevraagd dit jaar? De werkgever is wettelijk verplicht ervoor te zorgen dat alle medewerkers twee keer hun arbeidstijd per week aaneengesloten als verlof kunnen opnemen. Dus vragen we je om in de periode tot 1 oktober in ieder geval twee weken op te nemen.

Bron, RET