Categorie Archief Diversen

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Hoe zit het nu precies met het afschrijven van wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen/uren?

Wettelijke en bovenwettelijke vakantiedagen

Volgens de wet heb je ieder jaar recht op een minimum aantal vakantiedagen. Je hebt minimaal recht op 4 keer de overeengekomen arbeidsduur per week. Als je bijvoorbeeld 40 uur in de week werkt, dan heb je recht op (40 x 4) 160 vakantie uren per jaar. Dat komt neer op 20 werkdagen. Dat zijn de wettelijke vakantiedagen.

Vaak krijg je extra vakantiedagen van je werkgever. Dat kan in een cao, bedrijfsreglement of in je individuele arbeidsovereenkomst overeengekomen zijn. Deze extra vakantiedagen worden bovenwettelijke vakantiedagen genoemd.

Wettelijke vakantiedagen vervallen binnen zes maanden nadat het kalenderjaar waarin ze zijn opgebouwd. Met andere woorden: de wettelijke vakantiedagen die je in 2018 hebt opgebouwd en niet hebt opgenomen, vervallen op 1 juli 2019. In je cao of arbeidsovereenkomst kan een ruimere vervaltermijn staan.
Bovenwettelijke vakantiedagen verjaren vaak pas na 5 jaar tenzij er een andere regeling in de cao is opgenomen.

(bron vakbond de Unie)

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Hulp bij Belasting papieren invullen

Ook dit jaar heeft Imro Davids aangegeven ons weer te willen helpen om leden, die daar om vragen, te helpen bij het invullen van de belastingformulieren. Wat u moet doen en welke gegevens hij nodig heeft kunt u hier onder lezen.

U kunt Imro Davids bellen 06-10255392 (na 17:00 uur) of mailen naar: davids.imro@gmail.com

Welke gegevens heb ik nodig voor de belastingaangifte 2020? Bekijk het overzicht

Deze gegevens hebt ik nodig.

Ledenpas VOR

Uiteraard zal Imro eerst contact opnemen met de penningmeester om te controleren of de contributie betalingen gedaan zijn. Dit zijn wij helaas genoodzaakt te doen omdat in het verleden hier wel eens misbruik van gemaakt werd.

Persoonlijke gegevens

·        uw burgerservice nummer (BSN) en eventueel dat van uw partner en kinderen

·        uw rekeningnummer

·        uw DigiD en dat van uw partner

·        Of een volmacht( machtigingscode van de belastingdienst)

Inkomsten

·        uw jaaropgaven over 2020
En als u die niet hebt: uw salarisstroken

·        ontvangen partneralimentatie

Bankrekeningen

·        het jaaroverzicht 2020 van uw betaalrekening

·        het jaaroverzicht 2020 van uw spaarrekening en dat van uw kinderen

·        het jaaroverzicht 2020 van uw beleggingen

Wonen

·        de WOZ-waarde van uw huis met peildatum 1 januari 2019
Deze waarde staat op de WOZ-beschikking die u vorig jaar van de gemeente hebt gekregen.

·        de jaaropgaaf van uw hypotheek

·        bij koop of verkoop van uw woning: de notarisafrekening

Aftrekposten

U hebt betalingsbewijzen nodig. Denk aan:

·        giften

·        zorgkosten die u niet vergoed hebt gekregen
De eigen bijdrage Zvw, zorgverzekeringspremie en het eigen risico mag u niet aftrekken.

·        betaalde partneralimentatie

·        als u geen recht had op studiefinanciering: betaalde studiekosten

Overig

·        gegevens van leningen en andere schulden

·        gegevens van betaalde lijfrentepremies

·        een overzicht van betaalde arbeidsongeschiktheidsverzekeringen (AOV)

·        gegevens over dividend

Alleen als u deze hebt gehad:

·        de voorlopige aanslag inkomstenbelasting over 2020

·        de voorlopige aanslag inkomensafhankelijke bijdrage Zvw over 2020

Adverschuren23 doorAdverschuren23

CAO Nieuwsbrieven van de gezamenlijke bonden 18-01-’21, 10-02-’21 en 23-02-’21

 Rotterdam 23 februari 2021 

Collega’s 

Namens de gezamenlijke bonden en de Ondernemingsraad hebben wij met de vertegenwoordigers van de RET twee keer informeel gesproken over de huidige situatie. 

Dit informele overleg heeft niets opgeleverd. Volgende week zal daarom een formeel overleg aan de CAO tafel plaatsvinden waarin wij de CAO en de zware beroepenregeling bespreken en conclusies zullen trekken. 

Zonder daarop vooruit te willen lopen zijn wij gelet op de standpunten van de werkgever tot dusverre weinig hoopvol!! 

Volgende overleg is woensdag 3 maart 09.00 uur t/m 12.00 uur. 

We houden jullie op de hoogte 

Namens de gezamenlijke bonden, 

Eric Vermeulen, René Sandifort, Peter den Exter, Bert Versluis en René Koorn 

FNV Stadsvervoer, VOR, BV2002 ,CNV Overheid en AVV 

Bericht van Rotterdam 10 februari 2021 

Collega’s 

Dinsdag 9 februari heeft er op initiatief van de vakbonden een vervolgoverleg plaatsgevonden om uit de CAO impasse te komen. De partijen die aan dit overleg deelnamen waren de vakbonden, de ondernemingsraad en een delegatie vanuit de RET directie. 

De aanleiding hiervoor was dat de vakbonden en ondernemingsraad duidelijk aangegeven hebben dat versobering van  arbeidsvoorwaarden niet aan de orde kan zijn en dat er actiever naar alternatieve mogelijkheden gezocht moet worden om versobering van arbeidsvoorwaarden te voorkomen. De werknemersdelegatie is ervan overtuigd dat dit namelijk moet kunnen. 

Het ging nu nog om een oriënterende gespreksronde om te kijken waar de mogelijkheden liggen om zonder versobering van arbeidsvoorwaarden voor jullie, een structurele oplossing te vinden voor de door de RET benoemde tekorten in de komende jaren.  

Er zijn door de Ondernemingsraad en vakbonden een aantal voorstellen gedaan waarvan wij denken dat deze uitkomst bieden. Het is nu aan de RET directie om te reageren op deze voorstellen.  

In het volgende overleg zal worden vastgesteld of er overeenstemming kan komen. 

Namens de gezamenlijke bonden. 

Eric Vermeulen                   René Sandifort       Peter den Exter                               

FNV Stadsvervoer              VOR                           BV2002                                  

Bert Versluis            René Koorn 

CNV Overheid         AVV 

Bericht van 18-01-2021

Wat vinden jullie? 

Op 14 januari jl. was er overleg tussen de vakbonden en de RET directie over jullie CAO. Vanwege de huidige Coronacrisis stelt de RET dat de financiën zwaar onder druk staan. Directie kiest ervoor om naast het Rijk, de MRDH, de aandeelhouder en de reiziger ook het personeel een steentje te laten bijdragen aan de financiële problematiek. Dit is een keuze en geen verplichting. 

Wij vinden het gek dat werkgever niet exact aangeeft wat de hoogte van jullie bijdrage is. Daarbij stellen ze als voorwaarde dat gelijktijdig met de OR én de bonden moet worden onderhandeld. Dit voorstel hebben wij afgewezen! Ondernemingsraad en bonden hebben volstrekt verschillende taken en verantwoordelijkheden, die wij niet wensen te vermengen. 

Hierop geeft jullie directie aan dat zij met ons pas een akkoord wenst te sluiten als ook het OR traject is afgerond. Wij noemen dit chantage en gaan hier zeker niet mee akkoord. 

Wat stelt jullie werkgever voor? 

Concreet stelt de RET directie voor om de lonen onaangepast te laten (nullijn en dus koopkrachtverlies) en verslechteringen te realiseren op de volgende onderwerpen: 

• _Levensloopbijdrage

• _Verlofdagen

• _Rotterdamse eindejaarsuitkering

• _Sociaal statuut

Een nadere concretisering ontbreekt tot dusverre, wel gaf men aan dat jullie verslechteringen op deze onderwerpen niet iedere maand in de portemonnee merken. Dit is natuurlijk een idiote argumentatie: geld is geld en de nullijn leidt ertoe dat je ieder maand iets tekort komt om je boodschappen te kunnen betalen. 

Vinden wij de voorstellen van werkgever reëel? 

Nee! Wij begrijpen natuurlijk dat bijna lege trams, bussen en metrovoertuigen tot grote problemen leiden. Temeer als vanuit de overheid van de RET wordt verlangt 100% te blijven rijden en er slechts 93 procent van omzetverlies wordt vergoed! 

Wij zijn echter van mening dat het RET personeel zijn bijdrage al ruimschoots heeft geleverd! Velen van jullie kwamen en komen dagelijks thuis met een bovengemiddeld risico op besmetting. Het ziekteverzuim is behoorlijk opgelopen en de agressie in het openbaar vervoer is toegenomen. 

Wat stellen wij voor 

Wij zijn bereid af te zien van een reële koopkrachtverbetering, die gelet op jullie inzet en de risico’s die jullie lopen zeer verdedigbaar zou zijn! Jullie directie vindt dit echter niet voldoende: men heeft de keuze gemaakt dat ook de RET’ers zullen moeten betalen en dus moeten er arbeidsvoorwaarden worden verslechterd. Een keiharde noodzaak hiertoe heeft men niet kunnen aangeven: “wij hebben hiervoor gekozen dus moet het” lijkt de enige argumentatie!

Naast de CAO hadden wij nog een gespreksonderwerp: de uitwerking van het pensioenakkoord voor zware beroepen. Dit akkoord maakt het mogelijk dat medewerkers in een zwaar beroep 3 jaar eerder met pensioen kunnen als zij daarvoor kiezen. 

Er wordt al maanden met de drie stadsvervoerders (RET, HTM en GVB) gesproken over de invoering van deze mogelijkheid. Inmiddels kunnen de collega’s in Amsterdam daadwerkelijk op hun 64e met pensioen!! 

De RET directie is alleen bereid deze mogelijkheden met ons af te spreken onder de voorwaarde dat we de bestaande ouderenregelingen verslechteren!! Het lijkt wel alsof men de crisis gebruikt om oude wensen te verzilveren…..

Ook dit is voor ons onacceptabel temeer omdat er voor de financiering van de zware beroepenregeling stevige subsidiemogelijkheden zijn. 

Wat nu? 

Al met al was het overleg zeer teleurstellend en vragen wij ons af of we er op deze wijze uit zullen komen. Wij verlangen niet veel. Jullie directie wil ondanks jullie inzet en risico’s laten opdraaien voor een deel van de financiële problemen. 

Daarbij vinden wij het onfatsoenlijk om te pas en te onpas te roepen dat alle maatregelen nodig zijn om gedwongen ontslagen te voorkomen.  Zonder enige grond worden hardwerkende RET’ers bang gemaakt voor ontslagen!! Ook deze noodzaak wordt nergens aangetoond; bovendien zou het afspreken van een zware beroepenregeling in zo’n situatie bijzonder goed kunnen helpen!!

Kortom: op basis van eigen keuzes stelt de RET directie slechts verslechteringen voor. Ze kunnen hun keuzes aanpassen in plaats van te kiezen voor het snijden en verslechteren van arbeidsvoorwaarden. Het verminderen van koopkracht leidt tot ontevreden personeel en is daarmee slecht is voor de kwaliteit van het openbaar vervoer. 

Tijdens deze crisis moet je niet allen investeren in Infrastructuur en dure bussen maar allereerst in je eigen personeel!!! 

Maar wat vind jij hiervan? Stuur alsjeblieft jouw mening naar reactie@jouw-cao.nl zodat wij (de gezamenlijke bonden) de directie in het overleg dat gepland staat op 3 februari nog 1 keer met woorden kunnen proberen op andere gedachten te brengen. Massaal reageren dus!!! 

Namens de gezamenlijke bonden, 

René Sandifort  VOR    Eric Vermeulen FNV Stadsvervoer,

Peter Den Exter BV2002  Bert Versluis CNV Overheid   

René Kroon AVV

                         

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Nieuw VOR E-mail adres!!!!!

Beste leden van de VOR.

De VOR heeft vanaf heden een nieuw E-mailadres

vor-rotterdam@outlook.com

Hier kunt u terecht voor:

  • Vragen aan het bestuur van de VOR
  • Vragen aan de penningmeester
  • Vragen m.b.t. Individuele belangenbehartiging
  • Adres/E-mail/telefoon wijzigingen doorgeven
  • Vragen voor de werkgroepen en OR-leden van de VOR

Hiermee hopen wij u nog beter tot uw dienst te zijn.

Met vriendelijke groet, bestuur VOR

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Bericht gezamenlijke vakbonden. 4 maart 2021 en 1 december 2020

De gezamenlijke vakbonden, die voor u de CAO onderhandelingen voeren, willen u doormiddel van dit schrijven u op de hoogte brengen van de laatste stand van zaken.

 Nieuwsbrief Cao onderhandelingen RET  4 maart 2021

Geen verslechteringen! 

Dat was de boodschap die jullie ons hadden meegegeven voor het cao overleg met de RET. Geen verslechteringen van arbeidsvoorwaarden en koopkrachtbehoud. Met deze boodschap zijn we de gesprekken over jullie cao ingegaan. Helaas deelt werkgever deze mening niet. Dat bleek reeds uit eerder gesprekken en werd nogmaals bevestigd in ons laatste cao overleg van afgelopen dinsdag 3 maart 

Jullie werkgever blijft bij het eerder ingenomen standpunt dat men zich verplicht voelt om deze stap te nemen. Zij zien dit niet als een keuze, maar als bittere noodzaak, om continuïteit te kunnen waarborgen. Dat wij het zien als een keuze en daarmee een andere mening zijn toegedaan leggen ze helaas naast zich neer. Ook onze aangedragen alternatieven leggen ze naast zich neer. Jammer, daarmee negeren zij en hebben maling aan jullie wens. 

Geen cao? 

Wij zien wel mogelijkheden om een CAO af te spreken met koopkrachtbehoud en zonder te hakken in jullie bestaande CAO rechten. Deze is wat ons betreft haalbaar indien beide partijen het ook daadwerkelijk willen, maar daar wringt de schoen: de RET directie wil geen fatsoenlijke CAO afsluiten voor RET’ers die risico’s liepen en lopen en gewoon hun werk zijn blijven doen!! 

Wat ons betreft hebben wij er alles aan gedaan om de werkgever op andere gedachten te brengen maar moeten helaas constateren dat we in het overleg steeds dezelfde CD horen: nullijn, schrappen arbeidsvoorwaarden, geen verlenging sociaal statuut en verbeteringen alleen als je er iets ander voor inlevert. Uiteindelijk hebben wij aangegeven dat verder praten op dit moment zinloos is en dat wij jullie willen informeren over deze stand van zaken. 

Wel beweging op bezwarende beroepen 

Ondanks dat we niet meegaan in de wens van werkgever om arbeidsvoorwaarden te verslechteren zijn we het wel eens geworden om de discussie over de zware beroepenregeling aan te gaan. We gaan kijken of het mogelijk is eerder te stoppen met werken. De gesprekken hierover vinden plaats in een werkgroep en de bedoeling is om de uitkomst binnenkort te delen. Dit wordt dus vervolgd en we komen hierop terug. 

Deze regeling staat dan ook los van de CAO onderhandelingen. 

MRDH 

Naast de gesprekken over de CAO werden wij deze week ook verrast door voorstellen vanuit de MRDH. Daar stelt men voor drastisch te snijden in de veiligheid van personeel en reizigers en wordt ook de serviceverlening aangetast. Bij uitvoering van deze voorstellen krijgt het openbaar vervoer in de regio een wel zeer bedenkelijk niveau en worden ook werkgelegenheid en arbeidsvoorwaarden op het hakblok gelegd. Wij zullen er alles aan doen deze desastreuze plannen van tafel te krijgen! 

Keuzes; jij beslist! 

Al met al staan we op een punt dat we een duidelijke keuze moeten maken hoe nu verder te gaan. Wat ons betreft zijn er drie mogelijkheden en wat ons betreft beslis jij!: 

  1. A. Na alle discussies zeggen we ja tegen de voorstellen van de directie en accepteren een structurele inkomensachteruitgang van honderden euro’s 
  2. B. We gaan na alle afgelopen overleggen waarin we steeds weer hoorden dat ook wij moeten betalen voor de coronacrisis nog een keer praten om hetzelfde te horen 
  3. C. We stellen de werkgever een keihard ultimatum en voeren desnoods actie om onze zeer beperkte eisen gehonoreerd te krijgen 

Graag horen we net als de vorige keer wat jij vindt. Wat gaan we doen? 

We hopen dat er net als vorige keer massaal wordt gereageerd!! 

Laat je mening horen voordat het te laat is en mail je reactie uiterlijk 12 maart naar reactie@jouw-cao.nl 

Vriendelijke groet, 

Namens de gezamenlijke vakbonden, 

Eric Vermeulen, René Sandifort, Peter den Exter, Bert Versluis en René Koorn 

FNV Stadsvervoer, VOR, BV2002, CNV overheid en AVV 

Nieuwsbrief 1 december 2020

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Hoger beroep Tatoeagebeleid RET

Beste Leden VOR 30 september 2020

Hoger beroep inzake tatoeagebeleid.

Het bestuur van de VOR heeft het vonnis aangaande het tatoeagebeleid inmiddels grondig bestudeerd. Samen met de advocaten van de VOR is de conclusie getrokken dat niet alleen de uitkomst zeer teleurstellend is, maar ook de door de kantonrechter daaraan ten grondslag gelegde motivatie. De VOR kan zich als gevolg hiervan niet bij het vonnis van de kantonrechter neerleggen. Om die reden heeft het bestuur van de VOR besloten om BASE Advocaten de opdracht te geven hoger beroep in te stellen tegen het vonnis bij het Gerechtshof te Den Haag. Het zal een kwestie van lange adem zijn, maar de VOR is hiertoe bereid.

Met vriendelijke groeten,

Het bestuur VOR

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Uitspraak rechtszaak betreffende tatoeage beleid RET

Op 18 september heeft de kantonrechter uitspraak gedaan betreffende de zaak welke de VOR had aangespannen tegen de RET betreffende het tatoeage beleid RET.

Helaas is er voor ons een teleurstellende uitslag gekomen en is de RET in het gelijk gesteld door de kantonrechter.

Lees hier onder het volledige vonnis

Vonnis

RECHTBANK ROTTERDAM In naam van de Koning

zaaknummer: 8202071 CV EXPL 19-51998 uitspraak: 18 september 2020 vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam in de zaak van de vereniging Vakorganisatie Onafhankelijk RET-Personeel, gevestigd te Capelle aan den IJssel, eiseres, gemachtigden: mr. J-W. van Geen en mr. M.L. Kruit te Rotterdam, tegen de naamloze vennootschap Rotterdamse Electrische Tram N.V., gevestigd te Rotterdam, gedaagde, gemachtigde: mr. A.M. Smits te Rotterdam.

Partijen worden hierna ‘VOR’ en ‘RET’ genoemd.

  1. De procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van: 

          de dagvaarding met producties van 27 november 2019; 

           de conclusie van antwoord met producties van 4 februari 2020;  de conclusie van repliek met producties van 28 april 2020; 

de conclusie van dupliek met producties van 26 mei 2020; 

           de akte met producties van VOR van 23 juni 2020;

       de akte met één productie van RET van 21 juli 2020.

  • 2. De feiten

Er wordt uitgegaan van de volgende feiten:

2.1 RET hanteert voor haar werknemers die tevens buitengewoon opsporingsambtenaar zijn een tatoeagebeleid. Dit belèid houdt in dat het deze werknemers verboden is hun tatoeages zichtbaar te hebben tijdens de uitvoering van hun dienst in uniform.

2.2 De directeur exploitatie van RET schrijft in een brief in mei 2018:

Beste RET-er, die tevens Buitengewoon Opsporingsambtenaar OV (BOA-OV) is:

Een BOA-OV is in bezoldigde dienst van een openbaarvervoersbedrijf en is belast met de opsporing van strafbare feiten binnen het domein openbaar vervoer. Zoals je weet heb je een titel van opsporingsbevoegdheid ex artikel 142 van het Wetboek van Strafvordering voor het domein Openbaar Vervoer (IV). Dit maakt datje een functionaris bent die uit hoofde van zijn/haar taak, in ondergeschiktheid aan het bevoegde gezag, in overeenstemming met de geldende rechtsregels en met behulp van de hem daartoe beschikbaar gestelde bevoegdheden en middelen, zorgdraagt voor de opsporing van strafbare feiten alsmede de voorbereiding

 van de eventuele vervolging van deze feiten. Je hebt ook een toekenning van geweldsmiddelen gekregen omdat aangetoond is dat dit wenselijk is voor de uitoefening van je functie en de redelijke verwachting datje bij de uitoefening van je functie met geweld of dreiging met geweld geconfronteerd kan worden.

De RET heeft als doel het realiseren van een perfect georganiseerd en uitgevoerd vervoer in de ervaring van de reiziger. Een optimale reizigersbeleving omvat ook de zichtbare aanwezigheid van BOA-OV. De veiligheid in en rondom het openbaar is van essentieel belang voor de (beleving van) de reiziger. Als RET investeren we in een goed en doelmatig veiligheidsbeleid dat (in ieder geval bij reizigers) moet leiden tot verhoging van het gevoel van sociale veiligheid in stations/haltes en de voertuigen en tot een vermindering van het aantal (gewelds)incidenten binnen het OV.

Jij voertje functie hoofdzakelijk buiten, in het Openbaar Vervoersgebied Van de RET, uit en je hebt dienst ‘in uniform’ of ‘in burger’. Je hebt dagelijks face-to-face reizigerscontact. Het leveren van reizigersservice, het toezichthouden en het (actief) handhaven van de veiligheid in- en rondom het openbaar vervoergebied zijn jouw voornaamste taken. Hierbij controleer je op ongewone activiteiten en verbaliseer je overtreders van wetten en regels conform het domein openbaar vervoer.

Op uitdrukkelijk verzoek van enkele collega’s heb ik op papier gezet wat de (bestaande) afspraak is met betrekking tot het zichtbaar dragen van lichaamsversieringen zoals tatoeages en piercings tijdens de uitoefening van de functie van BOA-OV.

RET is van mening dat een BOA-OV zich tiidens de dienstuitvoering in uniform dient te onthouden van uitingen en/of versieringen die afbreuk (kunnen) doen aan het gezag dat zij uit (dienen te) stralen. Een BOA-OV dient in het belang van het gezag dat hij vertegenwoordigt, zijn eigen veiligheid en neutraliteit bij het uitoefenen van zijn functie in acht te nemen en in het contact met de reiziger een gezaguitstralende, neutrale en veilige houding aan te nemen. Het is ieders eigen verantwoordelijkheid om te zorgen dat bij het  uitvoeren van de dienst in uniform kenmerken zoals tatoeageS en andere lichaamsversieringen niet zichtbaar zijn voor de reizigers/klanten van de RET. Als je dienst hebt in burgerkleding (BK) is het (zichtbaar) tonen van tatoeages wel toegestaan; het is dan immers de bedoeling om zo onopvallend mogelijk op te gaan in de reizende massa.

We gaan ervan uit dat je je bewust bent van de bijzondere positie die je inneemt, je bent immers 24 uur per dag BOA-OV, en je hebt een eigen verantwoordelijkheid in dezen. Mocht je toch nog vragen en/of opmerkingen hebben, neem hierover dan even contact op met je direct leidinggevende.

  • Het geschil

3.1 VOR vordelt:

I voor recht te verklaren dat het door RET gehanteerde tatoeagebeleid niet kan worden uitgevoerd wegens overschrijding van het instructierecht en/of strijd met het goed werkgeverschap en/of inbreuk op (fundamentele) grondrechten;

II nietigverklaring dan wel vernietiging van het door RET gehanteerde tatoeagebeleid wegens strijd met de goede zeden, openbare orde en/of dwingende wetsbepalingen;

III     RET te gebieden alle aan overtreding van het door haar gehanteerde tatoeagebeleid verbonden arbeidsrechtelijke maatregelen en/of sancties ongedaan te maken, op straffe van een dwangsom van € 5.000,00 per dag dat RET hiermee in gebreke blijft, met een maximum van € 50.000,00;

IV RET te verbieden arbeidsrechtelijke maatregelen en/of sancties te verbinden aan het niet naleven van het door haar gehanteerde tatoeagebeleid, op straffe van een boete  van € 5.000,00 per overtreding.

3.2 RET voert verweer tegen de vorderingen.

3.3 Voor zover voor de beoordeling van belang, wordt hierna ingegaan op de stellingen waarmee VOR en RET de vordering en het verweer daartegen (verder) onderbouwen.

4. De beoordeling 

4.1 RET voert aan dat VOR niet-ontvankelijk verklaard moet worden in haar vordering, met als voornaamste reden dat VOR onvoldoende geprobeerd heeft het gevorderde door het voeren van overleg met RET te bereiken (artikel 3:305a lid 3 aanhef en onder c BW). De kantonrechter is echter van mening dat ook al zou dit zo Zijn en ook al had VOR meer   overleg moeten plegen, dit gelet op de tegengestelde standpunten van partijen waarschijnlijk niet tot resultaat had geleid. Het is immers een kwestie van ja (het tatoeagebeleid blijft) of nee (dat beleid gaat van tafel). Een middenweg, door overleg te bereiken, lijkt er niet te zijn.

4.2 Voor zover RET nog andere redenen aanvoert om VOR niet-ontvankelijk te verklaren in haar vordering, ziet de kantonrechter geen reden daarop in te gaan. Het gaat partijen er in deze zaak immers beide om duidelijkheid te krijgen over het tatoeagebeleid dat RET voert. Niet valt in te zien welk belang RET er bij heeft een oordeel over die vraag te laten stranden bij niet-ontvankelijkheid van VOR. Of dat belang moet zijn dat het beleid dan in het geheel niet wordt getoetst, maar omdat RET, zoals hierna blijkt, in het gelijk wordt gesteld, kan ook dat geen doorslaggevend belang (meer) zijn.

4.3 RET schrijft de BOA-OV’er, of COV’er (Controleur Openbaar Vervoer), kort gezegd voor zijn tatoeages tijdens de uitoefening van Zijn werk in uniform te bedekken. RET heeft in principe het recht dit te bepalen (artikel 7:660 BW). Zij is immers de werkgever en zij bepaalt hoe zij, via haar medewerkers, naar buiten wil treden, hoe terecht of onterecht de medewerker of ieder ander die regel ook vindt. RET hoeft dan ook, om het voorbeeld dat VOR noemt onder nummer 13. van haar conclusie van repliek te gebruiken, bijvOorbeeld niet aan te tonen dat reizigers tatoeages onwenselijk vinden.

4.4 Aan het recht van RET regels aan in dit geval tatoeages (of aan lichaamsversieringen in het algemeen) te stellen zitten echter wel grenzen, bijvoorbeeld, zoals VOR ook stelt, als het voorschrift in strijd is met goed werkgeverschap, de redelijkheid en de billijkheid en/of de fundamentele grondrechten van de werknemer. Of het tatoeagebeleid van RET deze grenzen overschrijdt, moet beoordeeld worden aan de hand van alle omstandigheden van het geval.

4.5 De kantonrechter is van oordeel dat het tatoeagebeleid van RET de onder 4.4 genoemde grenzen niet overschrijdt. RET legt uit dat de COV’er een bijzondere positie heeft doordat hij beschikt over politiebevoegdheden en geweldsmiddelen. Dit vereist, zoals RET terecht opmerkt, een neutrale en professionele uitstraling. De reiziger hoeft slechts de COV’er te zien, een medewerker van in dit geval RET met bepaalde bevoegdheden voor het geval het mis gaat, iemand met autoriteit waartoe de reiziger zich zonder reserves kan wenden. De ‘mens achter de COV’er’, om hem zo maar te noemen, is in de relatie COV’er-reiziger niet van (doorslaggevend) belang en hoeft door de reiziger dus niet gezien te worden. Omdat een tatoeage de persoon van de COV’ei laat zien, een gekozen tatoeage is immers gebaseerd op persoonlijke voorkeuren, waarden of achtergronden van de COV’er, is het niet onredelijk dat RET, met als doel, zoals gezegd: het laten zien van de COV’er, de medewerker vraagt zijn tatoeage bij zijn dienst in uniform te bedekken. In de praktijk zal dit over het algemeen slechts neerkomen op een lange mouw, een extra knoopje dicht of een pleister. Het tast de vrijheid van een medewerker een tatoeage te zetten en in zijn privétijd te tonen dan ook niet wezenlijk aan. Onder nummer 11. van haar akte van 23 juni 2020 haalt VOR in dit verband een COV’er aan die verdrietig is om het beleid omdat hij dan niet zichzelf kan zijn. Dat is nu echter juist de bedoeling: de COV’er moet zich als zodanig laten zien, niet als zichzelf.

  • 4.6 Gelet op de onder 4.5 genoemde bijzondere taak van de COV’er, is naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van willekeur als RET het beleid niet hanteert voor al haar werknemers. Met het verwijt van VOR dat RET haar beleid niet consequent handhaaft kan de kantonrechter in het kader van de beoordeling van deze zaak niets, al is het maar omdat       een gedegen en uitgebreid overzicht over wanneer wel en wanneer niet werd gehandhaafd ontbreekt, nog los van het feit dat RET deze stelling van VOR betwist.
  • 4.7 De conclusie van het voorgaande is dat RET mag verlangen dat COV’ers hun tatoeages bedekken. Voor toewijzing van de vorderingen van VOR bestaat dan ook geen aanleiding.

4.8 VOR is de in het ongelijk gestelde partij. Zij wordt daarom veroordeeld in de kosten van de procedure. Aan salaris voor de gemachtigde van RET worden hele punten toegekend voor de conclusie van antwoord en de conclusie van dupliek en een half punt voor de akte van 21 juli 2020. Het gaat om een vordering van onbepaalde waarde. De kantonrechter bepaalt de waarde van één punt aan gemachtigdensalaris daarom zelf en wel op € 360,00.

  • 4.9 Dit vonnis wordt zoals RET vordert wat de proceskostenveroordeling betreft ‘uitvoerbaar bij voorraad’ verklaard. Dit betekent dat als in hoger beroep wordt gegaan tegen dit vonnis, VOR de proceskosten wel alvast aan RET moet betalen.

  • De beslissing

De kantonrechter:

wijst de vorderingen van VOR af; 

veroordeelt VOR in de kosten van de procedure, tot aan deze uitspraak aan de kant van RET vastgesteld op € 900,00 aan salaris voor de gemachtigde en voor het geval VOR niet binnen veertien dagen na het wijzen van dit vonnis vrijwillig aan deze veroordeling voldoet, begroot op € 120,00 aan nasalaris, te. vermeerderen met betekeningskosten als betekening van dit vonnis plaatsvindt, een en ander te vermeerderen met de wettelijke rente op grond van artikel 6: 119 BW vanaf veertien dagen naAlet wijzen van dit vonnis tot aan de dag van de algehele betaling; verklaart dit vonnis wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Poiesz en uitgesproken ter openbare terechtzitting. 686

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Column van de maand

Column van de maand

Leden van de VOR,

Ik wil hier graag mijn gedachtegang over een aantal zaken met jullie delen, ik vraag geen bevestiging of steun in mijn verhaal, maar wil dit gewoon kwijt over wat geen ik heb ervaren de afgelopen maanden.

Ooit schreef ik in een verkiezingsprogramma dat lid zijn van de VOR niet iets vrijblijvends was, wij als leden van de VOR moeten het gezamenlijk doen en jullie inbreng is voor ons (inspraak) van groot belang.

Dit betekent niet dat alles wat we willen bereiken ook daadwerkelijk bereikt wordt laat dat duidelijk zijn.

Wat mij tijdens deze huidige bijzondere tijden opviel is dat een aantal collega’s van diversen afdelingen wel of geen leden, erg makkelijk meegingen in de verdeel en heers tactiek die al vele jaren in deze organisatie heerst.

Collega’s van een afdeling exploitatie die van alles vinden van het uitvoeren van de werkzaamheden van collega’s van een andere afdeling binnen exploitatie en dit op het door de organisatie hiervoor ingestelde medium (OnzeRet) publiceren.

Het staat natuurlijk eenieder vrij iets te vinden, maar de eenheid binnen exploitatie is volgens mij van groot belang en die komt, nogmaals volgens mij, hierdoor steeds meer onder druk te staan.

In discussie gaan onderling, prima, maar niet op dit medium van de organisatie.

De leden van de VOR komen voor een groot gedeelte uit exploitatie, voor mij geldt hier nog steeds eenheid maakt macht, en dit moeten wij naar mij mening altijd uitstralen. Zeker in deze tijd en de tijd die er nog aankomt.

Wat en welke gevolgen de Coronacrisis voor ons zal gaan hebben is nog niet duidelijk. Maar dat het impact heeft en verder nog meer gaat hebben, waarin we een bepaalde strijd samen zullen moeten gaan voeren zowel met als tegen de organisatie, is mij wel duidelijk.

Dat is voor ons geen probleem we zijn een Rotterdamse bond van een Rotterdams bedrijf, dus sterker door strijd staat in ons DNA gegrift.

Maar wel schouder aan schouder met alle leden zeker bij exploitatie.

Wilde dit even kwijt het is mijn persoonlijke mening.

VOR lid, René Sandifort 

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Uitspraak betreffende kortgeding “tekort aan roostervrijedagen in roosters van veteranen” bij de RET-NV

Rotterdam, 24 juli 2020

Beste leden van de VOR,

De VOR heeft n.a.v. intern geschil inzake “te kort” aan roostervrije dagen in de roosters van de veteranen werkzaam bij de RET N.V. een rechtszaak gevoerd tegen de RET N.V. 

Wij konden dit mede onderbouwen middels roosters van een collega (lid). Deze roosters hebben wij ook als leidraad meegenomen in deze zaak.

De afgelopen maanden hebben wij diverse malen geprobeerd om de organisatie duidelijk te maken dat de berekening die gehanteerd werd volgens de VOR niet klopte. De RET bleef van mening verschillen. Hierop hebben wij dit dossier opgeschaald naar juristen waarmee de VOR samenwerken. De VOR heeft het dossier samen met de jurist goed voorbereid en toen voorgelegd bij de rechtbank. 

Begin juli heeft de kantonrechter uitspraak gedaan:

In het kort 

  • Verklaart dat RET artikel 1.9 van de WRR niet correct is nagekomen.
  • Verklaart dat client een aantal roostervrije dagen mist, en deze moeten alsnog worden toegekend.
  • Verklaart dat de gemiste roostervrije dagen, niet mogen worden verrekend met te weinig gemaakte uren in de hiervoor genoemde jaren.

  Conclusie: De kantonrechter heeft ons volledig in het gelijk gesteld.

Op 1 september is er na aanleiding van deze uitspraak een overleg tussen afvaardiging VOR en 

 RET N.V. De VOR gaat ervan uit dat de organisatie hier zal aangeven hoe dit zal worden opgelost.

Binnen de RET N.V. zal deze uitspraak gevolgen geven uiteraard houden wij onze leden hiervan op de hoogte.

Het bestuur VOR

Adverschuren23 doorAdverschuren23

Aangescherpt Cabinebeleid RET

LET OP: Het aangescherpte cabinebeleid resulteert in groot aantal schorsing de laatset dagen. Hou je aan het nieuwe beleid om erger te voorkomen. Bestuur VOR

Datum: 28 januari 2020

Ons kenmerk: P&O/20/cabinebeleid

Onderwerp: Veiligheid, klantvriendelijkheid, klantgerichtheid en cabinebeleid

Beste collega,

Samen staan wij voor een veilige en comfortabele reis, terwijl het steeds drukker wordt in het verkeer. Al geruime tijd bestaan er afspraken en regels om alles goed en veilig te laten verlopen. Deze regels zijn o.a. vastgelegd in wetten, reglementen en beleid. De meeste collega’s zijn goede professionale beroepsbestuurders die de regels kennen en zich ook altijd aan de afspraken houden. Helaas blijkt – af en toe – dat (nog) niet alle bestuurders van voertuigen zich aan de geldende regels en afspraken houden en/of deze op een andere manier interpreteren/uitleggen.

Zoals iedereen wellicht weet heeft de overheid besloten Het Reglement Verkeersregels en

Verkeerstekens (RVV) 1990 aan te passen zodat voortaan voor iedereen die een voertuig bestuurt, het verboden is om tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat vast te houden. De aanpassing is met ingang van 1 juli 2019 in werking getreden en artikel 61a RVV luidt nu:

Het is degene die een voertuig bestuurt verboden tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat dat gebruikt kan worden voor communicatie of informatieverwerking vast te houden. Onder een mobiel elektronisch apparaat wordt in elk geval verstaan een mobiele telefoon, een tabletcomputer of een mediaspeler

Het verbod omvat sindsdien ook fietsers en trambestuurders en bestuurders van een gehandicaptenvoertuig. Onder andere de MONO-campagne en diverse rij-veilig-apps zijn voorbeelden van (landelijke) acties om ervoor te zorgen dat een deelnemer aan het verkeer geen afleiding ervaart van een mobiel elektronisch apparaat.

Het veilig vervoeren van reizigers c.q. besturen van een bus, tram en/of metro vereist een hoge mate van concentratie. Door (al dan niet handsfree) te bellen of op een andere wijze gebruik te maken van een mobiel elektronisch apparaat neemt de concentratie af. Dit kunnen én willen wij ons – als professionele aanbieder van openbaar vervoer – niet permitteren in verband met de veiligheid van onze klanten, collega’s en medeweggebruikers. Daarnaast leidt een (afgeleide) bestuurder, die met andere zaken bezig is dan het besturen van zijn/haar voertuig, tot irritaties bij passagiers en medeweggebruikers.

Binnen de RET is de norm al geruime tijd dat als je een voertuig bestuurt, je geen mobiel elektronisch apparaat gebruikt of in je hand houdt. Dit leidt nog wel eens tot discussie (s) en recent nog tot een procedure bij de rechtbank. Om ieder misverstand te voorkomen is besloten om het beleid (nog) strikter te hanteren. Het cabinebeleid wordt vanaf 1 februari 2020 dan ook strakker neergezet; er geldt nu een zogenaamd nultolerantiebeleid (zerotolerance) wat inhoudt dat zelfs het kleinste vergrijp (hard) bestraft wordt. RET vraagt dan ook uitdrukkelijk uw aandacht voor de aangescherpte afspraken en regels op dit gebied en benadrukt het belang van een strikte naleving. De instructies/afspraken zijn als volgt:

Mobiele elektronische apparaat

  • Het is ten strengste verboden om tijdens het rijden met een RET-voertuig een mobiel elektronisch apparaat (o.a. mobiele telefoon, tablet, of ander digitaal communicatiemiddel al dan niet met behulp van oortjes) te gebruiken of in het gezichtsveld te hebben. Als het voertuig in beweging is mag een mobiel elektronisch apparaat op geen enkele manier gebruikt worden. Er mag dus niet mee worden gebeld, ge-sms’t, geappt en/of gebruikt worden voor muziek enz. Dit betekent dus dat een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden niet in je hand(en) is of op andere wijze gebruikt wordt!
  • Voor alle bestuurders geldt dat ieder mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden opgeborgen dient te zijn en dus niet in het gezichtsveld mag liggen.
  • Als een bestuurder de dienst wil bekijken op een mobiel elektronisch apparaat mag dit dus niet tijdens het rijden. Met rijden wordt bedoeld dat het voertuig in beweging is. Gebruik van een (elektronisch) apparaat om de dienst op af te lezen is enkel en alleen toegestaan als het voertuig volledig stil staat/ niet in beweging is.
  • Zoals al eerder is aangegeven is sinds juli 2019 het aangescherpte Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 van kracht en dus geldt een algeheel gebruiksverbod van mobiel elektronisch apparaten tijdens het rijden. Als bestuurder van een voertuig ben je vanaf deze datum, als je tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat gebruikt, dus ook strafrechtelijk in de fout en riskeer je naast arbeidsrechtelijke sancties ook een forse boete. Deze boete komt uiteraard voor eigen rekening!

Cabine

  1. Als er wordt gereden met een voertuig waarvan de bestuurderscabine kan worden afgesloten, dan dient de toegangsdeur tot de cabine gesloten te zijn tijdens de uitvoering van een dienstrit.
  2. Voor tram- en metrobestuurders is niet toegestaan om iemand mee te laten rijden in de bestuurderscabine. Dergelijk handelen kan namelijk de veiligheid van passagiers, werknemers en medeweggebruikers in gevaar brengen omdat het afleidt van het besturen van het voertuig. Als RET streven wij ernaar dat ons personeel niet c.q. zo min mogelijk wordt afgeleid tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
  3. Voor buschauffeurs geldt dat niemand ‘voor de streep’ mag staan. Ook wanneer iemand zich in de nabije omgeving van een rijdende bestuurder begeeft, is de betreffende bestuurder snel(ler) afgeleid en minder geconcentreerd en dat is niet wenselijk.

Uitzondering op deze regel vormt begeleiding van een bestuurder door een instructeur en/of mentor/leermeester in het kader van opleiding en/of her-instructie. De begeleider (dit kan ook een leidinggevende zijn) dient dan geüniformeerd te zijn of het voor dit doel bestemde hesje zichtbaar te dragen. Bij de metro en tram dient de begeleider bovendien in het bezit te zijn van een geldige cabinekaart.

Roken

• Een RET-werknemer mag niet roken op de werkplek en dus ook niet in RET-voertuigen. Naast dat dit vanuit maatschappelijk oogpunt ongewenst is, bij wet verboden en ook nog schadelijk is voor de gezondheid, past dit niet in het beeld van de klantvriendelijkheid, klantgerichtheid en veiligheid dat wij als RET willen uitdragen.

Naleving

De RET ziet (pro)actief toe op naleving van de hierboven omschreven regels. Wanneer overtreding van een van bovenstaande afspraken/regels wordt geconstateerd en vastligt, zal de RET direct formele stappen ondernemen. Overtreding zal derhalve verstrekkende gevolgen hebben en  afhankelijk van de omstandigheden van het geval – leiden tot beëindiging van het dienstverband, al dan niet met onmiddellijke ingang.

RET meent dat zij enkel op deze manier kan zorgen dat onze hoge kwaliteit en waardering op het gebied van veiligheid, klantvriendelijkheid, klantgerichtheid op het gewenste niveau blijft en een gezonde en prettige werkomgeving bij de RET gehandhaafd kan worden.

Mocht u vragen hebben naar aanleiding van dit schrijven, dan kunt u deze uiteraard aan uw leidinggevende voorleggen. lk wens u nog vele veilige en plezierige kilometers toe en vertrouw hierbij op w eigen veilige bijdrage!